In memoriam J.Tuijn - 2008
Jan Tuijn 1914-2008
Een leven in het teken van de bloembollen.
Op 3 december van het afgelopen jaar overleed bollenkweker in ruste, oud-conservator van de Hortus Bulborum, controleur bij de Bloembollenkeuringsdienst Jan Tuijn op 94-jarige leeftijd in zijn woonplaats Limmen. De laatste tijd ging het niet meer zo goed met Tuijn. Je kon maar het beste 's middags langskomen, dan was hij op zijn best.
T Tuijn's leven stond volledig in het teken van de bloembollenteelt in al zijn facetten. Na de Tuinbouwschool rolde hij het kwekersvak in. De bevlogen hoofdonderwijzer, tuinbouwleraar en (mede)oprichter van de Hortus Bulborum Pieter Boschman had ook bij Tuijn de liefde voor dit vak gewekt en zijn leergierigheid verschafte hem al snel een behoorlijke vakkennis. Zo nam hij in 1932 deel aan een door de AVB (de voorloper van de KAVB), afdeling Limmen-Heiloo, georganiseerde wedstrijd in soortkennis. Het ging om bolgewassen geplant in en om de tuin rond Boschman's huis. Van de 278 aangeplante tulpensoorten wist hij er maar liefst 247 uit zijn hoofd te benoemen. Later zou hij zelf populaire soorten aan het sortiment toevoegen zoals de populaire tulp ‘Blumex Favourite’ (1992, een sport van ‘Rococo’ - 1942) en de witte krokus 'Glory of Limmen'. Jan Tuijn was een echte praktijkman die echter steeds zocht naar vernieuwing en verdieping. Toch was hij niet altijd serieus, op soms onverwachte momenten kwam zijn humoristische inborst naar boven.
Zijn niet-aflatende passie voor het bloembollenvak zorgde er mede voor dat hij tal van functies en ambten bekleedde. In 1947 trad hij toe tot het bestuur van de Neversie (Nederlandsche Vereeniging ter Bevordering van de Wetenschappelijke Verbetering van Siergewassen; de voorloper van de stichting Hortus Bulborum). Aanvankelijk als lid, later als secretaris en nog later in een soort dubbelfunctie van secretaris en conservator. Samen met Boschman zorgde hij voor de geleidelijke uitbreiding van de collectie. Als bestuurslid was hij betrokken bij inzendingen aan diverse Floriades vanaf 1960. In de jaren zeventig speelde hij een prominente rol bij de nieuwe behuizing van het inmiddels al weer ontmantelde Museum voor de Bloemenbollenteelt in boerderij Vredeburg in Limmen. Verder was Tuijn vele jaren betrokken bij de levering van historische bloembollen voor de binnentuin van het Frans Halsmuseum in Haarlem en die van Koninklijk Paleis Het Loo in Apeldoorn. Naast zijn vele werk voor de Hortus zat deze bollenkweker in hart en nieren ook elders in zijn eigen dorp niet stil. Zo stond hij aan de wieg van de VVV in Limmen waarvan hij meer dan 25 jaar penningmeester zou zijn. Aan het ontstaan van de bloemmozaïeken tijdens de jaarlijkse Limmense Bloemendagen droeg Jan Tuijn eveneens zijn steentje bij.
Als controleur van de Bloembollenkeuringsdienst wist hij een belangrijke bijdrage aan het vak te leveren. Zijn scherpe blik kwam hem goed van pas. Een ziek tulpje, een zieltogend bedje, al snel zag zijn kennersoog wat er aan mankeerde. Met die instelling zou hij tot op hoge leeftijd de veldjes van de Hortus blijven doorlopen. Tot enkele jaren geleden wilde hij tijdens het bloeiseizoen nog wel eens op de fiets stappen voor een bezoekje aan 'zijn bollentuin'. De ene keer zag hij een verdwaald virustulpje, dan weer een stukje 'kwaaie' grond op de akkers en meldde dat dan prompt aan het bestuur. Vorig jaar april was Tuijn nog bij de officiële viering van de tachtigste verjaardag van de Hortus Bulborum, samen met zijn familie. Het pad dat de entree tot de museale bloembollentuin vormt, werd bij die gelegenheid omgedoopt tot het Jan Tuijnpad.
Met zijn verscheiden is een bollenkweker 'pur sang' van ons heen gegaan. Maar bovenal ook een van de belangrijkst en laatste der Mohikanen van de museale bollentuin in Limmen. Hij was met zijn 43 jaren bestuurslidmaatschap het langstzittende lid (1947 - 1990). Via het Jan Tuijnpad zal hij tot de eeuwigheid der dagen worden herinnerd. En terecht.




